Zaagstandaards en geleiderails
Standaard en geleiderail zagen zelf niet, maar ze bepalen of de snede recht uitvalt. De lengte van de rail moet aan beide uiteinden vijftien tot twintig centimeter voorbij de snede reiken, en langere stukken worden met een koppelstuk verbonden. De antisplinterrand wordt bij de eerste snede op de maat van het blad afgesneden en ligt daarna rechtstreeks op de afgetekende lijn. De standaard wordt zo ingesteld dat de zaagtafel op taillehoogte staat, en de rolbokken komen er een stukje onder.
Zaagstandaards en geleiderails
Standaard en geleiderail zagen zelf niet, maar ze bepalen of de snede recht uitvalt. De rail houdt de zaag in het spoor in plaats van een met potlood afgetekende streep en maakt van de handcirkelzaag gereedschap voor plaatafkorten. De standaard tilt de tafel- of afkortzaag naar werkhoogte en steunt materiaal dat er anders overheen zou hangen. Beide lonen vooral voor wie langere stukken alleen zaagt, zonder tweede persoon om vast te houden.
De raillengte bepaalt wat ermee te delen valt, want ze moet aan beide uiteinden voorbij de snede reiken. Een rail van 600 mm volstaat voor afkortsneden in latten en smallere platen, voor plaatmateriaal grijpt men naar 1400 mm. De zaag heeft aan het begin en aan het eind vijftien tot twintig centimeter aanloop nodig, anders komt ze niet recht in de snede. Langere stukken lost een koppelstuk op, dat twee rails tot één verbindt en ze in één lijn houdt.
Op de kant van de rail zit een antisplinterlip van rubber of kunststof, die de eerste snede precies op de maat van het blad afsnijdt. Vanaf dat moment volstaat het de kant op de afgetekende streep te leggen, en de snede valt precies waar hij hoort. De onderkant heeft antislipstroken, maar bij kortere stukken wordt de rail toch met klemmen in de groef geborgd. Niet elke zaag past in elke rail, voor handcirkelzagen wordt een adapter of een universele zoolplaat bijgekocht.
Bij de standaard is de verstelbare hoogte doorslaggevend, want de werktafel van de zaag hoort ongeveer op taillehoogte te liggen. Een bereik van achtendertig tot honderdveertig centimeter dekt zowel zittend als staand werk, en in de lage standen dient de standaard als steun. Klapbare poten moeten te vergrendelen zijn, anders klapt de standaard onder belasting in. Het draagvermogen wordt in kilo opgegeven en slaat op gelijkmatig verdeeld materiaal, niet op puntbelasting.
Lange stukken worden gedragen door rolbokken, die zowel achter als voor de zaag worden gezet. De rollen worden een stukje lager dan de zaagtafel ingesteld, niet hoger, anders komt het materiaal in de snede omhoog en klemt het blad. Twee standaards rond de zaag maken van één machine een kleine werkplaatslijn waarin de plank niet opgetild hoeft te worden.