Laboratoriumvoedingen
Een stabiele en nauwkeurig instelbare spanning heb je nodig bij het in bedrijf stellen van elektronica, het testen van componenten, het opladen van accu's en galvaniseren. Je kiest uit voedingen met één of meerdere kanalen, lineaire en geschakelde modellen, programmeerbare voedingen met USB-aansluiting en verbindingskabels met banaanstekers.
Laboratoriumvoedingen
De basis van elke elektronicawerkplek is een regelbare voeding, waarop je de uitgangsspanning en de stroombegrenzing instelt, meestal in het bereik 0–30 V en 0–5 A of 0–10 A. Zodra de belasting de ingestelde stroom bereikt, schakelt de voeding automatisch over van constante spanning naar constante stroom en beschermt zo de schakeling tegen kortsluiting en doorgebrande componenten.
Lineaire voedingen hebben zeer weinig rimpel en ruis en zijn daarom geschikt voor gevoelige analoge schakelingen en audioapparatuur. Geschakelde voedingen zijn lichter, compacter en worden bij hogere vermogens minder warm. Meerkanaalsmodellen bieden twee of drie onafhankelijke uitgangen, die je in serie of parallel kunt schakelen voor een hogere spanning of stroom.
Een digitaal display toont de spanning en de opgenomen stroom met een resolutie tot op honderdsten, en programmeerbare voedingen slaan daarnaast voorinstellingen op en zijn via de computer te bedienen. Let op beveiliging tegen overspanning, oververhitting en overbelasting en op degelijke klemmen voor banaanstekers en blanke draden.