Suikerspinmachines
In deze categorie staan suikerspinmachines van een tafelapparaat van tweeëntwintig bij drieëntwintig centimeter tot machines met een schaal van vijftig centimeter doorsnede, één daarvan met een eigen wagen. De doorsnede van de schaal beslist als eerste, want daarin vallen de draden, en in een kleine blijven er minder liggen. Het vermogen is vijfhonderd of duizend watt, en daarmee groeit vooral hoeveel suikerspin de machine er in een uur uit draait. En de temperatuurregeling is geen luxe, want boven ongeveer honderdzestig graden begint de suiker te bruinen.
Suikerspinmachines
In deze categorie staan suikerspinmachines van een tafelapparaat van tweeëntwintig bij drieëntwintig centimeter tot machines van vijftig centimeter met een schaal van roestvrij staal, waarvan er één op een eigen wagen staat. Binnenin draait een verwarmde kop waar je de suiker in schept en die hem smelt. De middelpuntvliedende kracht perst de smelt dan door de fijne openingen in de wand van de kop, en de draden stollen al in de lucht. De wand van de schaal vangt ze op, en daar wikkel je ze op een stokje, dus de hele machine staat of valt met de kop, de schaal en de temperatuur.
Het eerste is de doorsnede van de schaal en de maat van de machine. In de schaal vallen de draden, dus hoe breder hij is, hoe meer hij opvangt en hoe minder er op tafel en op jou belandt. Een tafelapparaat meet tweeëntwintig bij drieëntwintig centimeter, dus de schaal erin is nog kleiner en is er voor een of twee porties thuis, terwijl een deksel van vijftig centimeter gebouwd is op de rij kinderen op een feest. De wagen onder de machine is geen sieraad, want hij tilt haar op een hoogte waarop je staand kunt spinnen en er meteen naast kunt uitdelen.
Het tweede is het vermogen, vijfhonderd tegenover duizend watt. Het kleinere apparaat heeft een kwartsverwarmingsbuis van vijfhonderd watt, waarbij de fabrikant snelle opwarming en een geluid tot vijfenveertig decibel opgeeft. Machines van duizend watt hebben meer reserve, dus ze houden de temperatuur ook bij het bijvullen met suiker en verliezen geen tempo tussen de porties. Het verschil zit dus niet in of er suikerspin komt, maar in hoeveel je er in een uur haalt.
Het derde is de temperatuurregeling en het smalle venster van de suiker. De kop houdt de suiker rond de honderdvijftig graden, dus net onder de grens waarop de karamellisatie begint. Boven ongeveer honderdzestig graden kleurt de suiker geel en daarna bruin, dus van witte suikerspin wordt beige suikerspin die aangebrand smaakt. Daarom heeft een thermostaat zin, en bij een van de modellen is die zelfs digitaal, want zonder hem rijd je blind.
Het laatste zijn de maatschep en het schoonmaken van de kop. Eén afgestreken schep komt overeen met één portie, dus grofweg twaalf tot achttien gram suiker, en een te volle kop gooit druppels naar buiten in plaats van draden. En als je klaar bent met spinnen, laat de machine afkoelen en haal de gestolde suiker uit de kop, want bij de volgende start bakt die vast en verstopt de openingen.