LED-autolampen voor koplampen
Witter en feller licht, een lager verbruik en een langere levensduur zijn de belangrijkste redenen waarom automobilisten de halogeenlampen in hun koplampen vervangen door een LED-variant. LED-autolampen worden gemaakt met dezelfde fittingen als halogeenlampen, zoals H4, H7, H1 of H11, en worden in de originele koplamp geplaatst. De modellen verschillen in koeling, lichtstroom, afmetingen en ondersteuning van het CANbus-systeem. Voor gebruik op de openbare weg moet de LED-vervanger goedgekeurd zijn voor het betreffende voertuig.
LED-autolampen voor koplampen
De basis van de keuze is de juiste fitting. Het meest gangbaar zijn H7 en H1 voor dim- of grootlicht, H4 met beide functies in één lamp, H11 en H8 in mistlampen en HB3 (9005) en HB4 (9006), vooral in Japanse en Amerikaanse auto's. Het fittingtype vindt u in de handleiding, op de oude lamp of op het label van de koplamp. Dim- en grootlicht gebruiken vaak verschillende fittingen, dus het is verstandig beide te controleren.
LED-chips produceren warmte die via de achterkant van de lamp moet worden afgevoerd. Daarom heeft elke LED-autolamp koeling, ofwel actief met een kleine ventilator, ofwel passief met een aluminium koellichaam of een gevlochten koperen band. Een ventilator voert de warmte efficiënter af, passieve koeling is geruisloos en heeft geen bewegende delen. Meet voor de aankoop de ruimte achter de koplamp, want een langer koellichaam kan verhinderen dat de beschermkap terug past.
Voor een goede lichtbundel is de positie van de chips bepalend. Ze moeten op dezelfde plek zitten als de gloeidraad van de halogeenlamp, anders heeft het licht geen scherpe afsnijding en verblindt het tegenliggers. Veel modellen hebben daarom een draaibare fitting die na de montage zo kan worden gedraaid dat de chips naar de zijkanten wijzen. Een kleurtemperatuur van ongeveer 6000 K komt overeen met zuiver wit licht, en de waarde in lumen geeft aan hoeveel licht de lamp afgeeft.
Nieuwere auto's bewaken het stroomverbruik in het verlichtingscircuit. Omdat LED minder energie verbruikt dan halogeen, kan het boordsysteem een defecte lamp melden of kan het licht knipperen. De oplossing is een uitvoering met CANbus-ondersteuning of een aparte decoder tussen de stekker en de lamp. Brandt de LED na het aansluiten niet, dan volstaat het vaak de stekker om te draaien, omdat LED gevoelig is voor polariteit.
Voor gebruik op de openbare weg moet de LED-vervanger in de hoofdkoplamp een goedkeuring hebben voor het betreffende automodel. De lijst met goedgekeurde voertuigen wordt gepubliceerd door de fabrikant van de goedgekeurde lamp. LED-autolampen zonder goedkeuring zijn bedoeld voor gebruik buiten de openbare weg. Laat na de vervanging de afstelling van de koplampen controleren, zodat het licht correct op het wegdek valt en niet verblindt.