Lijmklemmen en klemmen
Snelspanklemmen met tien centimeter spanwijdte, F-klemmen met palmechanisme, een stalen C-klem, vergrendelbare griptangen en heftangen voor platen en steenblokken. De spanwijdte zegt hoe dik het werkstuk tussen de bekken mag zijn, de armdiepte hoe ver de klem vanaf de rand reikt. De bekken van een snelspanklem zijn om te keren, en het gereedschap drukt dan uit elkaar in plaats van tegen elkaar. Heftangen sluiten zich door het gewicht van de last maar houden door wrijving, dus op een natte of vettige ondergrond laten ze de last vallen.
Lijmklemmen en klemmen
Een lijmklem houdt het werkstuk in plaats van de tweede hand, tot de lijm hard is of de zaagsnede klaar. In de categorie staan snelspanklemmen met tien centimeter spanwijdte en negenentwintig kilo klemkracht, F-klemmen voor houtwerk met palmechanisme die met één hand te bedienen zijn, een stalen C-klem, vergrendelbare griptangen voor het lassen en een telescopische klem voor ladefronten. De lichamen zijn meestal van nylon met een rail van gehard staal, de bekken draaien en zijn met PVC belegd zodat ze zich niet in het hout drukken. Hier horen ook heftangen voor platen en steenblokken met een draagvermogen van driehonderdvijfentwintig tot vijfhonderd kilo en een soldeerdraadhouder met zuignap voor printplaten.
Spanwijdte en armdiepte zijn twee verschillende getallen, en juist die worden het vaakst verward. De spanwijdte zegt hoe dik het werkstuk tussen de bekken mag zijn, de armdiepte hoe ver de klem vanaf de rand reikt. Voor het lijmen van twee latten volstaat een grote spanwijdte, voor het aandrukken van een rand naar het midden van een brede plaat beslist de diepte. De C-klem heeft weinig diepte, F-klemmen en stangklemmen duidelijk meer.
Bij de snelspanklem zijn de bekken om te keren, en het gereedschap drukt dan uit elkaar in plaats van tegen elkaar. Dat helpt bij het uitrichten van een doorgezakt frame, bij het uit elkaar drukken van een verbinding die los moet, of bij het openhouden van een deur. Het is dezelfde klem, alleen omgedraaid, dus een spreidgereedschap hoeft u niet apart te kopen. Bij modellen met palmechanisme regelt u de druk nog steeds met één hand en houdt u het werkstuk met de andere.
Het advies dat een lijmverbinding kapotgaat als je te hard aanspant houdt zich hardnekkig, maar met handklemmen is een uitgehongerde voeg in de praktijk niet te maken. De aanbevolen druk op de voeg is bij zacht hout ongeveer vier tot zeven bar en bij hard hout twaalf tot zeventien, wat een handklem eerder niet haalt dan overschrijdt. De praktische regel luidt een dunne gelijkmatige laag aanbrengen en aanspannen tot er over de hele voeg een doorlopende lijmrups uit komt. Verbindingen die loslaten zijn meestal te laat of met te weinig lijm verlijmd en niet te strak gespannen.
Heftangen sluiten zich door het gewicht van de last, dus hoe zwaarder de plaat, hoe steviger ze hem grijpen. Ze houden echter door wrijving, en daarom laten ze op een natte, vettige of stoffige ondergrond de last vallen, en net zo gaat het als de armen in een te grote hoek openstaan. Onder de hangende last gaat u niet staan, en met de hand wordt hij niet geleid.